Brief aan Jeroen Verlonje (Jong N-VA Antwerpen)

Vandaag reageerde Jeroen Verlonje, voorzitter van Jong N-VA Antwerpen, op het standpunt van Jongsocialisten Antwerpen over het jeugdbeleid in de stad. Hieronder vind je ons antwoord. 

Beste Jeroen,

Bedankt voor je brief. Ik heb je reactie aandachtig gelezen. Het spijt me, maar ik kan me niet ontdoen van de indruk dat je – hoewel je brief getuigt van loyale steun naar je partij en haar mandatarissen – de realiteit toch wat uit het oog verloren bent. Sta me toe je dat even toe te lichten.

Je spreekt vol lof en overgave over de manier waarop schepen Ait Daoud met de Antwerpse jeugd omgaat. Haar deur staat zogezegd altijd open voor een goede babbel, een idee of een klacht. Ik wil best wat goede wil tonen om dat te geloven, maar hier heb ik het toch moeilijk mee. Als ik hoor hoe jongeren vragen en ideeën over het jeugdbeleid van het stadsbestuur doorsturen naar de schepen en vervolgens maanden moeten wachten op een antwoord (als ze überhaupt al een antwoord krijgen), dan getuigt dat naar mijn mening niet echt van het open deur-beleid waar je zo lovend over bent. Integendeel. Dat Antwerpenaars met hun vragen en/of opmerkingen – zelfs na meermaals dezelfde vraag gesteld te hebben – met een kluitje in het riet worden gestuurd, is een schrijnend voorbeeld van hoe de stad het gesprek met haar burgers verwaarloost. Verandering is het zeker. Vooruitgang is het niet. 

Dat de Antwerpse kinder- en jeugdverenigingen (en eigenlijk zelfs het brede Antwerpse middenveld) fantastisch werk leveren, ga je me niet horen ontkennen. Elke dag opnieuw geven zij het beste van zichzelf om onze stad beter te maken, om talenten te ontwikkelen en jongeren de kans te geven zichzelf te zijn en daar ook voor uit te komen. Zij zijn de echte motor van vooruitgang in onze stad, niet de schepen, noch haar niet bestaande beleid. Het doet me dan ook pijn om te zien dat net dat Antwerpse middenveld minder ondersteuning krijgt. In de besparingsrondes van de afgelopen jaren hebben heel wat Antwerpse organisaties hun middelen zien krimpen. Sommigen zelfs tot het punt waar het voortbestaan van hun organisatie in het gedrang kwam. Dat is niet alleen fout, het is gewoonweg dom. Zonder ondersteuning zal de motor stilvallen en dat zou nefaste gevolgen hebben voor de stad waar jij, ik en samen met ons nog heel wat andere Antwerpenaars zo van houden. Verandering is het zeker. Vooruitgang is het niet.

Uiteraard gaat jeugdbeleid verder dan enkel vrijetijdsbesteding. Ik hoor je dan ook graag pleiten voor een gezonde, veilige en bereikbare stad. Maar ook op dat vlak is de trackrecord van dit stadsbestuur niet om over naar huis te schrijven. Want terwijl de vrolijke bende van De Wever met de handrem op rijdt als het over de overkapping van de ring en het realiseren van Ringland gaat, worden de plannen voor de Scheldekaaien van de Antwerpenaars afgenomen en omgevormd tot bovengrondse parking, sneuvelen verdere investeringen in nieuwe tramlijnen en wordt Antwerpen Noord niet wakker met een Park Spoor Oost, maar met een Parking Spoor Oost. In een wijk waar de luchtkwaliteit überhaupt al niet geweldig was. En voor je begint over de inhuldiging van de Reuzenpijp en de Livan-tramlijn, wil ik je er even op wijzen dat dat een beleidsbeslissing was van – jawel – een socialistische minister (Kathleen Van Brempt). Vervuilende wagens worden dan misschien uit de binnenstad geweerd, de rest van Antwerpen mag ondertussen op de kin kloppen, de fiscale voorkeursbehandeling van bedrijfswagens blijft taboe en het openbaar vervoer wordt duurder. Over het bouwen aan die gezonde stad kunnen we nog wel een tijdje doorgaan, als je wil. Maar laat één ding duidelijk zijn: Verandering is het zeker. Vooruitgang is het niet.

En dan komt het: 90 jaar socialistisch beleid in Antwerpen en er zijn nog altijd problemen op te lossen en uitdagingen aan te gaan. Het blijft het favoriete mantra van menig N-VA-mandataris. Voor innovatief en duurzaam stedelijk beleid hebben ze dan misschien weinig aandacht, maar begin over de sossen en de gal komt er langs alle kanten uit. Zelfs de meest ingedommelde N-VA-excellentie voelt de peper in het gat als het over de socialisten gaat. Een minimum aan intellectuele eerlijkheid zou u gebieden om te bekennen dat het uitbouwen van dat gezonde, sociale en moderne Antwerpen betekent dat elk bestuur, elke generatie uitdagingen op haar pad zal tegenkomen en bepaalde problemen zal moeten aanpakken. U gelooft misschien in utopieën, wij willen vooral de mensen concreet vooruit helpen. Elke dag opnieuw. Daarvoor moet je beleid voeren. Het turven van beleidsbeslissingen mag dan niet het enige zijn dat telt, geen beleidsbeslissingen nemen en het investeringsritme van de stad laten kelderen is niet echt vooruitziend. Uitdagingen worden in er elk geval niet mee aangepakt. Verandering is het zeker. Vooruitgang is het – je raadt het al – niet.

Het zal trouwens wel allemaal meevallen met dat socialistisch jeugdbeleid van de voorbije 90 jaar, aangezien de enige twee concrete voorbeelden van beleid in je brief (met name de de opening van de duurzame evenementenruimte Ampère en het jeugdcentrum Rozemaai) dateren van de tijd dat er wel nog een socialistische schepen van jeugd op het stadhuis zat. Dat dit stadsbestuur daar geen enkele verdienste aan heeft, vergeet u handig te vermelden. Geen woorden, maar daden? Absoluut. Het vorige stadsbestuur deed er tenminste iets aan.

Verandering is het zeker. Vooruitgang is het niet.

Dat gezegd zijnde: wij, Jongsocialisten Antwerpen, staan open voor discussie en willen graag dat het opnieuw beter gaat met het Antwerpse jeugdbeleid. Daarvoor vinden jullie in ons zeker een constructieve partner.

Met vriendelijke groeten,

Bram

Advertenties